Columns

Seizoen in beweging, part I. Voorjaar 2011 geplaats op 30 augustus 2011

'Op deze website nemen wij u ieder seizoen mee het landschap in door middel van een column. Ido Borkent, eigenaar van Bosland Adviesbureau en bij Land in Beweging betrokken als meedenker, schrijft deze enthousiaste columns. Ido beheert bosgebieden en natuurterreinen. Zijn functie is te omschrijven als 'technisch ecoloog', voor het grote publiek "boswachter". Concreet beheert Ido twee natuurterreinen in Nederland: het Nationaal Park De Maasduinen in Noord Limburg en op de Leusderheide en omgeving in de provincie Utrecht. Daarnaast geeft hij beheersadviezen aan andere organisaties of eigenaren van natuurterreinen. Belangrijke nevenactiviteiten zijn het hoofdredacteurschap van het Vakblad NatuurBosLandschap en het lidmaatschap O+BN Deskundigenteam droge zandgronden; een soort denktank op het gebied van natuurherstel en ontwikkeling van het Ministerie van EL&I.'

Eén van de vele voordelen van Nederland is het veranderlijke weer. In ieder geval altijd goed voor een praatje. Het bevordert onze polder-saamhorigheid: gedeelde smart vanwege "slecht weer" is in ieder geval gedeeld. En weeroptimisten à la Erwin Krol leiden dat verder in goede banen. Die dagelijkse verandering zie je ook in een langere golfbeweging met kenteringen terug, de seizoenen. Het meest spectaculair is natuurlijk de wisseling der seizoenen. We kennen het allemaal: de aankomende herfst, de invallende winter, en nu het voorjaar dat op uitbreken staat. Voor sommigen is dat moment gekomen als het ineens Rokjesdag is. Hier is nog een oerdrift in de stadse mens te herkennen. Ja, waarlijk een zeer blije dag met Terrasjesweer!

Maar voordat het zover is, kan je buiten al veel zien. Ik vind dat echt een van de mooiste periodes in het jaar, qua sfeer vergelijkbaar met de dag voor je verjaardag, vroeger. Beloftevol. In de tuin pionieren de sneeuwklokjes en boerenkrokussen. Nog geen blaadje aan een boom te zien, maar je voelt dat het op losbarsten staat. Was het maar vast zover, de zoete voorjaarslucht! Al je zintuigen staan er voor open . . .

De overgang van winter naar lente is al wandelend in het veld echt goed te beleven. Zeker op een dag als 4 maart 2011. Het is koud, 's nachts vriest het nog, en overdag is er een strakke blauwe hemel maar al een krachtig zonnetje. Wij gingen op bezoek in de Marspolder, gelegen in de Betuwe tegenover Rhenen op de Utrechtse Heuvelrug. Landschappelijk helemaal geweldig met zo'n goed zicht. Helder water, bomen, heuvels in de verte en rust.

We speuren naar het voorjaar, en zien ook nog wat aspecten van de winter. Om met dat laatste te beginnen: op de plas zwemmen, naast vele kuifeenden en meerkoeten, twee wintergasten, het Nonnetje en de Brilduiker. Beetje vergelijkbare duikeenden, die niet of nauwelijks in Nederland broeden, maar dat in de noordelijke delen van Scandinavië en Rusland doen, tot in Siberië. Nog een weekje of zo, dan zijn ze weg. Het voorjaar was aan ze te zien, want ze zwommen en vlogen al in paartjes rond. Vooral de mannetjes zijn nu prachtig gekleurd, met veel wit en ragfijn zwarte lijntjes. Het zag er weer piekfijn uit, en om daarvan als mens te kunnen genieten, is een goede verrekijker, of een telescoop wel handig. Ja, en nu nog even een paar duizend kilometer vliegen, eieren leggen en jongen grootbrengen. Eigenlijk onvoorstelbaar.

Een ander spoortje van de winter is te zien aan de opvallend helderrode bessen van de Gelderse roos, die nog in grote trossen aan de stuiken hangen. Niet echt lekker, blijkbaar. Na de vorst willen zanglijsters of merels ze wel eens eten, en pestvogels [ook een échte wintergast] schijnen dol te zijn op deze bittere bessen. Die zijn hier blijkbaar nog niet langs geweest. Even verderop horen we allerlei zacht gekwetter. We zien groenachtige, wat gestreepte zangvogeltjes fourageren op elzenproppen. Het zijn merendeels Sijzen, die straks naar noord-Europa trekken om te broeden, en Groenlingen, die dat gewoon hier doen.


In dit wat warmere, beschutte hoekje van deze bossingel zien we in de korte grasberm van het wandelpad kleine, gele, paardbloemachtige bloemetjes op een kort steeltje. Het is voorjaarsbode nummero 1 in plantenland: Klein hoefblad. Een van de opvallendste eigenschappen van deze pionierplant is de gescheiden ontwikkeling van bloemen en planten. Gebruik makend van het in de wortelstok verzamelde reservevoedsel bloeit de plant heel vroeg, en pas in april, een maand later verschijnen de hoekige bladeren. Even later richten de dan uitgebloeide bloemetjes zich nog één keer op om het zaad met pluis te verspreiden.

Zien we hoefblad bloeien, dan weten we het: het voorjaar is eindelijk aangebroken! Nu nog Rokjesdag.

Ido Borkent,
begin maart 2011.

Seizoen in beweging, part II Batenburg geplaats op 29 augustus 2011

Seizoen in beweging, part II.

Misschien een wat moeilijk stukje deze keer, maar alla: u als geïnteresseerde lezer heeft daar vast geen probleem mee. het gaat over de theoretische achtergrond van ecologische processen. Abstract, ik geef het toe, maar daardoor ook toepasbaar op bijvoorbeeld het verloop van maatschappelijke processen. Toe maar!

Altijd is alles in beweging. De elektronen om de kern van het atoom, het bloed door de aderen, de wind in de bomen, het water in de rivier, de aarde om de maan, de Melkweg in het Universum. De Griekse filosofen hadden dit al door, gezien de uitspraak pantha rei; alles stroomt. Het thema "land in beweging" gaat daar natuurlijk ook over.
Niet altijd vinden wij mensen veranderlijkheid prettig. Verandering, dat betekent ook vanzelf onzekerheid over het hoe en wat, en ja, dat kan leiden tot gevoelens van angst. Je weet wat je hebt, maar je weet niet wat je krijgt. Maar zonder verandering geen verbetering. Kan je ook in doorschieten, trouwens.

In de natuur speelt veranderlijkheid, en met name de mate van veranderlijkheid, een belangrijke rol bij de keuze of de mogelijkheden van planten en dieren voor hun standplaats of biotoop. De mate van veranderlijkheid wordt door ecologen aangeduid met het begrip dynamiek. Die dynamiek wordt vooral veroorzaakt door wind, stroming en temperatuur. Een dempende factor is de vegetatie zelf. Zonder nu op allerlei diepere oorzaken in te willen gaan, kan je praktisch zeggen dat wanneer er op een bepaalde plaats veel dynamiek aanwezig is, het aantal soorten, de variatie of biodiversiteit dus, laag is; en dat wanneer de dynamiek laag is het omgekeerde het geval is. Even een voorbeeld: op de zeereep groeit vrijwel alleen maar massaal helm in het duin, in een oud loofbos komen honderden plantensoorten voor, om nog maar te zwijgen over 10 duizenden ongewervelden daar. Nog een aspect: hoge dynamiek betekent vaak ook hoge productie aan biomassa, lage dynamiek weinig productie.
Successie, nog zo'n begrip, is te zien als de opeenvolging, de ontwikkeling van biotopen of leefgemeenschappen, en altijd in de richting naar minder dynamiek. Denk aan de reeks zandverstuiving, mosvlakte, heide, struweel, bos. Van een winderige, koude of zeer hete vlakte met verplaatsende zandheuvels naar een rustig, koel, vochtig bos dat er decennia lang hetzelfde uit ziet. Een ontwikkelingsproces dus.

In Batenburg is het begin van die successie goed te zien, ook al zit er nog geen twee maanden tussen waarnemingen. Na de ontgrondingen [een soort anti-successie eigenlijk!] de afgelopen winder was een kaal, lemig gebied ontstaan met ondiepe geulen. Tamelijk druk bevolkt door deels doortrekkende steltlopers en eenden die in het relatief warme water zochten naar voedsel, gedekt tegen predators door de openheid van het gebied. Nu staat er een gesloten vegetatie van vooral raapzaad [koolzaad] van meer dan twee meter hoog. Zelfs in de wind ruik je de honing, en de vele vliegen en bijen die de bloemen bezoeken ruiken het ook. Insecten etende zangvogels als kleine karekiet, roodborsttapuit en zwartkop vliegen druk heen en weer.

Tussen de hoge gele planten staan al wel andere pioniersoorten, zoals reukloze kamille [met witte lintbloemen] en schijfkamille [met groenige knopvormige bloemen], rode ganzevoet, greppelrus, akkerdistel en gewone raket. Met eenvoudige plaatjesflora of op uw handige app zo te vinden en te herkennen.

De kieviten en kluten hebben nu jongen, allemaal nog heel klein maar al dapper foeragerend langs de waterlijn. Opvallend is hoe gemakkelijk de ouderkluut de jongen vrij laten lopen. Enkele scholkesters worden wel streng weggejaagd, trouwens. Dat is allemaal heel goed te zien vanuit de schuilhut op nog geen 200 meter van het polderwegje. Een bezoek meer dan waard. Ga vooral maar eens een half uurtje zitten en bekijk die veranderlijkheid. Rust roest!

Ido Borkent,
vroeg in juni 2011.

Wij wensen u heel veel wandelplezier en kijken uit naar uw belevingen en foto's.